Een huiselijk gevoel

Egbert TenDam staarde naar zijn iPhone. Het stralende apparaat lag voor hem op de vergadertafel en weerkaatste het licht van een fletse lentezon die door de ramen van het glazen gebouw naar binnen scheen. Nog niets. Het zou toch niet lang meer kunnen duren.
Naast hem begon Joris Stiechelmeyer te hoesten. Het was hier benauwd en veel te warm. Egbert pakte zijn flesje mineraalwater en nam een slokje terwijl hij zich weer probeerde te concentreren op de presentatie van zijn baas, Bas Jammermann.
De eentonige stem van Jammermann galmde door de vergaderruimte, maar Egbert had al teveel gemist om te begrijpen waar het over ging.
“Ten gevolge van deze overeenkomst komen wij  terecht op het gebied van het privaatrecht waarvan wij dus adequaat gebruik gaan maken.”
Egberts gedachten  dwaalden weer af naar zijn iPhone. Waarom hoorde hij niets?  Was dat apparaat wel in orde? Zijn hand gleed over de witte tafel en zo trok hij het apparaat naar zich toe. Alles leek te werken.
“TenDam?”
Jammermann stopte met zijn presentatie en gluurde naar Egbert.
“Huh?” Egbert hoorde zijn stem en keek verschrikt op. “Ja mijnheer Jammermann?”
“Ben jij er wel bij met je gedachten? Je bent steeds aan het spelen met je iPhone.”
Egbert voelde zich betrapt. “Nee… eh… ik eh…”
“Wat denk jij dan van de bevoegdheid die redelijkerwijs in het verschiet ligt?” vroeg Jammermann.
“Eh…”stamelde Egbert, “…de bevoegdheid?”
“We hebben het over de communautaire dimensie, TenDam. Hou je hoofd erbij, kerel.”
“Sorry, mijnheer Jammermann,” hakkelde Egbert, maar toen Jammermann weer doorging met zijn presentatie gleed zijn blik weer naar zijn iPhone. Nog steeds niets. Misschien moest hij kijken op ‘missed calls.’
Heel voorzichtig tuurde Egbert naar het schermpje. Nee, hij had niets gemist.
“Dus,” ging Jammermann verder, “… moeten we besluiten hoe we het klassieke internationaal privaatrecht kunnen inzetten om door de kaders heen te”-   maar hij kon zijn zin niet afmaken, want tot grote vreugde van Egbert ging zijn iPhone.
Eindelijk.

Het doordringende geluid van Eine Kleine Nachtmusik  weerklonk uit de schelle luidsprekers van het glimmende kleinood en Egbert verontschuldigde zich.
“Sorry,” mompelde hij terwijl hij het apparaat tegen zijn oor drukte. “Dit moet ik aannemen.” Jammermann krabde over zijn kale schedel en liep rood aan.
“Met TenDam,” zei Egbert. Het was even stil en toen klikte Egbert het gesprek met een zucht weg. “Verkeerd verbonden,” zei hij met de stem van een doodgraver. “Sorry.”
“TenDam?” brulde Jammermann .”Uit dat ding.”
“Uit…? Maar ik”—
“Uit die iPhone, en wel direct.”
Egbert beet op zijn lip en knikte terwijl hij zijn iPhone weer vastpakte. Mooi niet. Ik zet hem wel in de vibratiestand. Als ik dan gebeld word ga ik zogenaamd even naar het toilet.
     Jammermann ging verder met zijn betoog.  “Het onderzoek in het kader van de ontwikkeling van de grens-overschrijdende privatisering—“
De iPhone begon wild te vibreren in Egberts broekzak.  “Sorry,” riep hij terwijl hij zijn hand op zijn broekzak drukte. “Ik moet opeens heel nodig.” Hij wees naar zijn halflege flesje mineraalwater. “Komt door het water. Ik ben zo terug.” Hij duwde zijn stoel ruw achteruit en rende naar de deur. Jammermann  keek hem niet-begrijpend aan en zuchtte. “Wij gaan gewoon verder, TenDam. We wachten niet op je.” Maar Egbert hoorde het niet en verdween in de gang.

***

“Wij moeten dus stemmen,” zei Jammermann, “over de naam van dit nieuwe product.
“Moeten we niet even wachten op TenDam?” vroeg Steernemans.
Jammermann schudde zijn hoofd. “TenDam zit al twintig minuten op het toilet. Zit waarschijnlijk spelletjes te spelen met zijn nieuwe iPhone. Daar wacht ik niet op.” Hij schraapte zijn keel en zei toen: “Zelf stel ik voor dat wij het product OZ 23 noemen. Dat past precies in de strategie. Enige tegenstemmers?”
“OZ 23 is wat vaag,” sprak Boersma op. “Ik zou zeggen de naam OZ 22+1 straalt wat meer en geeft de klant het idee dat hij meer waar voor zijn geld krijgt.”

Jammermann krulde zijn lip en zijn neusvleugels trilden gespannen. Net op dat moment werd de deur opengegooid en stormde Egbert weer naar binnen. Hij hield zijn glanzende iPhone als een trofee boven zijn hoofd en schreeuwde opgewonden: “De naam is Bertus.”
Jammermann kneep zijn ogen samen tot kleine spleetjes en er verschenen grote rimpels op zijn getergde voorhoofd. “Bertus… voor een nieuwe hoofdpijnpil?”
Maar Boersma knikte enthousiast. “Inventief. Heel gedurfd. Zo’n naam verwacht niemand.”Hij dacht even na. “OZ 23 of 22+1 klinkt eigenlijk wat te klinisch. Wat denken jullie van Bertus pilletjes? Dat geeft de gebruiker een warm huiselijk gevoel.”
“Goed idee,” sprak Jansma met een grote glimlach. Hij keek goedkeurend naar Egbert.    “Die creativiteit krijg je natuurlijk van je iPhone, nietwaar TenDam?”
“Sorry jongens,” antwoordde Egbert terwijl hij met zijn schouders trok. “Ik heb het allemaal niet zo gevolgd. Ik weet niet waar jullie het over hebben, maar ik ben zojuist  vader geworden. Mijn eerste zoon en hij heet Bertus.  En…” hij pakte zijn iPhone weer,   “Dat ventje staat nu al op YouTube. Handig hoor zo’n apparaatje van Apple. Willen jullie het filmpje van de geboorte zien?”
“Nee TenDam, dat willen we niet zien,” sprak Jammermann ijzig. “Wij zijn net aan het stemmen.”
Hij richtte zich weer tot zijn stafleden. “Persoonlijk ga ik voor OZ 23, maar ik sta open voor Bertus pilletjes.  Voorstanders van de Bertus pilletjes kunnen nu hun hand opsteken…”